Terug naar het overzicht

BPSW-directeur blij met verbinding huisarts en sociaal domein

BPSW-directeur Jan Willem Bruins juicht het toe dat initiatieven worden ontplooid voor een sterkere verbinding tussen huisarts en sociaal domein.

Het is goed dat initiatieven worden ontplooid om de verbinding tussen de huisarts en het sociaal domein te versterken, aldus Jan Willem Bruins, algemeen directeur van de Beroepsvereniging van Professionals in Sociaal Werk (BPSW). Ze zijn waardevoller dan van de huisartspraktijk met poh’ers een sociaal wijkteam maken.

Sociale bril

Bruins komt al in het verkennende gesprek dat voorafgaat aan het interview met een quote om over na te denken: “Het is gemakkelijker om uit te leggen wat de huisarts doet dan wat het sociaal domein inhoudt”. Dit mag hij toch wel even toelichten. “Heel veel medische verrichtingen zijn afgegrensd”, zegt hij. “Als je met een gebroken been het ziekenhuis in gaat, mag je aannemen dat je er met een gezet en gespalkt been weer uitkomt. In sociaal werk ligt het anders. Mensen hebben vaak niet één probleem, maar bijvoorbeeld én schulden én verslaving én werkloosheid. Dat is moeilijker uit te leggen en moeilijker om succes in te boeken. We zien dan ook dat het voor professionals met een medische bril moeilijk is om de sociale bril op te zetten, om te beseffen dat in relatie tot gezondheid de drie facetten die de WHO hiervan al in 1948 definieerde complementair zijn: lichamelijk, sociaal en mentaal.”

Experts in sociaal functioneren

Helder. Maar kan hij ook in één zin uitleggen wat sociaal domein dan inhoudt? “Sociaal werkers zijn experts in sociaal functioneren”, is zijn antwoord. “Hierbij gaat het over de alledaagse omgeving van mensen, maar ook over de wisselwerking tussen hun kleine leefwereld en de grote systeemwereld. De toeslagenaffaire is een sprekend voorbeeld. Die wisselwerking begrijpen en daarin acteren, dát is het werk van sociaal werkers.”

Werelden verbinden

De mate waarin huisartsen de reikwijdte van dit werk kennen, varieert sterk, stelt Bruins. “Ik denk dat het in ieder geval beter kan. In het programma Welzijn op Recept is echt moeite gedaan om in de taal van de arts de sociale oplossingen voor de problemen die mensen ervaren – eenzaamheid bijvoorbeeld, depressie – over het voetlicht te brengen. Heel belangrijk, want de talen van de medische en sociale professionals sluiten onvoldoende op elkaar aan.”

Hij vervolgt: “Het recente advies van de Nederlandse Zorgautoriteit en Zorginstituut Nederland, Samenwerken aan passende zorg: de toekomst is nú, is een duidelijk pleidooi om die werelden met elkaar te verbinden. Heel positief vond ik dat. En in gesprekken met het Zorginstituut merken we ook dat de ontschotting aan de gang is en dat ze de samenwerking tussen zorg en sociaal domein zoeken. Dat geldt voor de NZa ook. Het rapport vraagt terecht ook meer aandacht voor de financiering van preventie, nu vaak voor gemeenten en zorgverzekeraars een sluitpost op de begroting. Je kunt wel iemand eenzaam laten worden en dan pas de depressie gaan behandelen die daaruit voortvloeit, maar je kunt het probleem ook eerder in kaart brengen en erger voorkomen. Sociaal werk kan dat, het komt achter de voordeur.”

BPSW

Er blijft dus een uitdaging. Het sociaal werk werd ook niet uitgenodigd om onderdeel te zijn van het programmateam dat moet komen tot een nieuw bekostigingsmodel voor de ggz. “Dat vergt dan toch weer lobbywerk om daar aan tafel te komen”, zegt de algemeen directeur van BPSW. “Geen kwade wil, denk ik. Ik hou het eerder op de onschuld van onwetendheid. Maar het zou goed zijn als de ggz beseft dat de sociale problemen van mensen verweven zijn met de psychische problemen waarvoor zij hen behandelt.”

Terug naar het overzicht

Aangesloten specialisten